Het Dagdoeibeest

Het Dagdoeibeest leidt een vreemd bestaan
Zwijgend staat hij op de hoek
Tot hij je voorbij ziet gaan.

Met al zijn bedoelingen,
klampt hij zich aan je vast
Overweldigd kijk je dan eerst;
Hoe kom ik van hem af?!

Dag dag doei
Goede ochtend middag nacht
Hoe gaat het nou met je?
O zo blij dat ik je zag!
Lukt het allemaal een beetje
hoe is het met je moe?
Och moet je alweer gaan
Waar ga je dan naar toe
Doe je ze de groeten
Zie ik je gauw eens weer
Tot hopelijk snel, ja groetjes hoor
Kus en tot een ander keer.

Wuivend met zijn poot staat hij daar,
hartelijk en oprecht te zijn
En stiekum denk ik dan bij mezelf
Dat was toch eigenlijk best fijn.

Beter dan het Strakke Takkelijf
of de grote Ik Zie Je Niet Staan
Het Dagdoeibeest met zijn gegroet
geeft zo kleur aan het bestaan.

Hysterische kleuren, but who cares!

hoeft niet

en als ik mezelf geef,
Hoef je niet te doen,
dat je zo wegveegt
wat ik laat zien.
Hoeft niet

En je hoeft me niet te leren
Als ik je niet vraag.
Direct terug te knallen,
zo in my face.
Hoeft niet

Waarom niet zien?
Vasthouden
Laten staan
En ik weet wel
Ik gaf het

Wanneer ik daar sta
onvast te zijn
Niet grijpen man
Dan niet weet je,
dan niet.

vliegen

Ik sprak een keer een olifant
die zo graag wou vliegen
Ik luisterde en zei niet veel
want tja, ik wou niet liegen

Denk je dat het me lukt?
Wat vind je er nou van?
Kijk eens naar mijn vleugeltjes!
En hoe ik wapperen kan!

Trots draaide hij en draaide door
en toen, toen ging het vlug!
Hij zweette flink en tolde door
en viel plots op zijn rug.

Je vleugels stuk zag ik alleen.
Maar hij, hij keek tevree
‘Ik zie ze vliegen, alles draait,
en ik zweef met ze mee!’