Hij, niet ik

Ik was druk bezig
deed echt mijn best
grote schoonmaak weet je
dit kon hier en dat kon weg

en ik was zo moe
het was nooit klaar
verplaatsen, soms negeren
dit kon hier, dat kon daar

Totdat ik hem zag staan

Hij vroeg of hij nou mocht
en zittend keek ik toe
Hoe hij korte metten maakte
met mijn troep en mijn gedoe

Ik laat hem telkens weer
Samen is het goed
Zodat hij kan doen wat hij wil doen
En niet wat ik denk dat nog moet

De schoen in de boom

In de boom woonde een schoen
Het was zo gek. Het was zo raar
Ik keek omhoog. Zo niet gewoon.
Ik keek omhoog. En staarde maar

Oprecht vragen besloot ik toen.
Hoe begin je een gesprek?
En hij vertellen, over hoe het kwam
van hoe dit werd zijn plek;

“Het deed er niet toe wat ik wilde.
Niet dat ik het zelf besloot,
Moest altijd maar van hot naar her,
was niet dat ik ervan genoot

Helemaal op was ik, ik moest weg,
de weg naar de afvalbak
En hier zag ik een keuze, Volgen? Gaan?
Ik koos mijn eigen pad

Ik wilde voelen hoog, wilde voelen wind
Zien zoals de hoogste takken zien
Mijn eigen weg, in gedachten vaak gedaan
Ik wilde zijn zoals het voelde vrij

Laat mij zijn hier in mijn boom
tussen de takken en het blad
bij de vogels met hun lied
met mijn kijk op veld en stad”

En ik was stil en ik begreep
keek toen eens naar benee
Die schoenen aan mijn voet
Waren die dan wel tevree?

Het Dagdoeibeest

Het Dagdoeibeest leidt een vreemd bestaan
Zwijgend staat hij op de hoek
Tot hij je voorbij ziet gaan.

Met al zijn bedoelingen,
klampt hij zich aan je vast
Overweldigd kijk je dan eerst;
Hoe kom ik van hem af?!

Dag dag doei
Goede ochtend middag nacht
Hoe gaat het nou met je?
O zo blij dat ik je zag!
Lukt het allemaal een beetje
hoe is het met je moe?
Och moet je alweer gaan
Waar ga je dan naar toe
Doe je ze de groeten
Zie ik je gauw eens weer
Tot hopelijk snel, ja groetjes hoor
Kus en tot een ander keer.

Wuivend met zijn poot staat hij daar,
hartelijk en oprecht te zijn
En stiekum denk ik dan bij mezelf
Dat was toch eigenlijk best fijn.

Beter dan het Strakke Takkelijf
of de grote Ik Zie Je Niet Staan
Het Dagdoeibeest met zijn gegroet
geeft zo kleur aan het bestaan.

Hysterische kleuren, but who cares!

hoeft niet

en als ik mezelf geef,
Hoef je niet te doen,
dat je zo wegveegt
wat ik laat zien.
Hoeft niet

En je hoeft me niet te leren
Als ik je niet vraag.
Direct terug te knallen,
zo in my face.
Hoeft niet

Waarom niet zien?
Vasthouden
Laten staan
En ik weet wel
Ik gaf het

Wanneer ik daar sta
onvast te zijn
Niet grijpen man
Dan niet weet je,
dan niet.

vliegen

Ik sprak een keer een olifant
die zo graag wou vliegen
Ik luisterde en zei niet veel
want tja, ik wou niet liegen

Denk je dat het me lukt?
Wat vind je er nou van?
Kijk eens naar mijn vleugeltjes!
En hoe ik wapperen kan!

Trots draaide hij en draaide door
en toen, toen ging het vlug!
Hij zweette flink en tolde door
en viel plots op zijn rug.

Je vleugels stuk zag ik alleen.
Maar hij, hij keek tevree
‘Ik zie ze vliegen, alles draait,
en ik zweef met ze mee!’

Om je liefde

Als jij en ik samen
samen zo tevree
ineengestrengeld liggen
arm om arm, been om been

En ik moet niks
Je bent er altijd
Vindt me zo mooi.
Je vanzelfsprekendheid

morgen als ik moeilijk doe
laat je me zijn, spreekt me toe

Het is het weten, je rust je blik

Ach jij en ik samen
samen zo tevree
ineengestrengeld slapen
arm om arm, been om been.

jolige kat

De jolige kat
wist niet hoe hij het had 
Zit ik hier te zitten
en jij komt voorbij
duwend dat ik
dit en dat moet
Maar ik zat zo fijn
grinnikend en geinend
over het leven
tevreden te zijn.

Als jij me duwt
zie je mij niet staan 
Stel dat ik lag of zat
stel dat ik boog

zou je weten, erom geven
wat mij daartoe bewoog?

Laat me gaan. Ga je weg.

Ik ga lekker toch niet doen
wat jij daar zegt!